Open podium: de dagelijkse gezonde omgeving

Voorzitter: Annette Duivenvoorden, Platform31

In dit Open Podium hoor je de laatste ontwikkelingen rondom de invloed van de omgeving op gezondheid. Hieronder een overzicht van de sprekers en hun presentaties.

  • Lekker snoeptomaatjes! Samen gaan we voor Gezonde Kidsmarketing; Gôkky Zeinstra, iresearch
  • Van normen naar waarden: Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving; Jantien Noorda, RIVM/GGD GHOR
  • Kennisintegratie: de casus Q-support; Clementine Wijkmans en Janneke Harting, GGD Hart voor Brabant Den Bosch en AMC Sociale Geneeskunde Amsterdam
  • Integrale aanpak leefomgeving nodig voor gezondheidswinst steden; Theo van Alphen, RIVM

 

Lekker snoeptomaatjes!

Samen gaan we voor Gezonde Kidsmarketing

Gôkky Zeinstra, iresearch

Hoe kunnen we samen bij kinderen de gezonde keuze de leukste, hipste en gemakkelijkste keuze maken? Met gezonde kidsmarketing kun je de consumptie van gezondere voedingsmiddelen bij kinderen stimuleren en daarmee bijdragen aan een reductie van het overgewicht en obesitas onder kinderen. Uit de praktijk blijkt dat het bedrijfsleven zich steeds meer gaat opstellen als bondgenoot voor gezonde kidsmarketing. Samen met studenten, het bedrijfsleven, non profit organisaties en de doelgroep zelf komen we tot gezonde innovaties.

We geven u een inkijkje in:

  • Hoe denken mensen over gezonde kidsmarketing?
  • Wat zijn veelgebruikte kidsmarketingtechnieken?
  • Wat is effectief?
  • Hoe kun je stimuleren dat deze technieken ingezet worden om de gezonde keuze te stimuleren?

U krijgt handvatten om lokaal met gezonde kidsmarketing aan de slag te gaan.

 

Van normen naar waarden: Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving

Jantien Noorda, RIVM, centrum Veiligheid

Overige namen: Marieke Dijkema (GGD Amsterdam), Annemiek van Overveld (RIVM), Jannie van der Helm (RIVM)

In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming. Een gezonde fysieke leefomgeving is namelijk een van de maatschappelijke doelen van de wet. In de Omgevingswet worden minder normen opgenomen en komt er meer afwegingsruimte voor het lokaal bestuur. GGD GHOR Nederland en het RIVM hebben samen de Kernwaarden voor een Gezonde leefomgeving opgesteld. Ze zijn bedoeld voor professionals die met gemeenten in gesprek willen over gezondheid in omgevingsbeleid. Het zijn waarden die idealiter in elk ruimtelijk plan aan de orde komen. Deze kernwaarden zijn onderverdeeld in Woonomgeving, Mobiliteit en Gebouwen. Bij iedere kernwaarde worden voorbeelden gegeven van mogelijke maatregelen. De dagelijkse leefomgeving moet gezond en veilig zijn, uitnodigen tot bewegen, kans bieden op zelfredzaamheid en participatie. De lijst is vooral bedoeld ter inspiratie. Het is een levend document, dus inbreng vanuit het publiek is zeer welkom.

 

Kennisintegratie: de casus Q-support

Clementine Wijkmans, GGD Hart voor Brabant Den Bosch en Janneke Harting, AMC Sociale Geneeskunde Amsterdam

Overige namen:  Kasper Kruithof, AMC Sociale Geneeskunde Amsterdam en Lotte Ruijter, AMC Sociale Geneeskunde Amsterdam

De integratie van ervaringskennis en wetenschappelijke kennis vormt een belangrijke beweegreden voor het streven naar meer participatie van patiënten in onderzoek. Kennisintegratie betreft het ontstaan van nieuwe – gedeelde – kennis of waarheden. Andere beweegredenen zijn normatief (participatie als recht), transformatief (participatie als empowerment), instrumenteel (participatie als hulpbron) of nominaal (participatie omdat het moet). Wij onderzochten welke beweegredenen zich manifesteren in de dagelijkse onderzoekspraktijk. Als casus daarvoor kozen we Q‑support, omdat de participatieve werkwijze van deze maatschappelijke organisatie voor Q‑koortspatiënten te boek staat als 'best practice'. We bestudeerden documenten van Q-support en interviewden ruim 50 bij Q‑support betrokken patiënten, professionals en onderzoekers. Op het NCVGZ 2018 presenteren we de participatieve werkwijze van Q-support en de visies daarop van de betrokkenen. Kennisintegratie vond inderdaad plaats. Instrumentele en nominale participatie manifesteerden zich echter minstens zo vaak. Kennisintegratie ontstond vooral tijdens pre-design en design van een onderzoek. Daarin participeerde een selecte groep Q‑koortspatiënten met veel zeggenschap. Belangrijk bij instrumentele participatie was de brugfunctie tussen participanten en een bredere patiëntengroep. Nominale participatie kwam vooral voor tijdens de uitvoering en disseminatie van een onderzoek. Over de noodzaak van normatieve participatie verschilden de meningen nogal. Los van de voorgaande beweegredenen, spraken Q‑koortspatiënten vrijwel altijd in termen van persoonlijke empowerment. Op grond van de casus Q-support concluderen we dat kennisintegratie onder voorwaarden in specifieke fasen van het onderzoek te realiseren valt. We leggen het publiek graag de vraag voor of kennisintegratie in andere onderzoeksfasen ook belangrijk is en hoe die zou kunnen worden gerealiseerd.

 

De GO! methode: samen werken aan een gezondere leefomgeving

Kimberly Linde, RIVM

Overige namen: Theo van Alphen

Hoe richt je de leefomgeving zo in dat mensen gezonder gaan leven? Hoe zorg je ervoor dat de bewoners gestimuleerd worden om vaker te fietsen en te lopen? Hoe creëer je kansen voor ontmoeting in de buurt? Hoe richt je groene plaatsen zo in dat ze uitnodigen tot sporten en spelen? We zoomen in op de GO! methode die voor Utrechtse wijken is ontwikkeld om door veranderingen in de leefomgeving de gezondheid van de bewoners te bevorderen. De methode brengt met beschikbare data en focusgesprekken met bewoners eerst de kansrijke thema’s in beeld per wijk en koppelt die daarna aan combinaties van effectieve leefomgevingsmaatregelen. De leefomgeving wordt integraal benaderd vanuit de domeinen milieu (lucht en geluid), fysieke inrichting (mobiliteit, groen) en sociale samenhang (eenzaamheid, veiligheid). De GO! methode is ontwikkeld door het RIVM voor gemeente die samen met lokale en regionale partners en burgers op wijk- of dorpsniveau aan een gezondere leefomgeving willen werken. Want ook een gezondere inrichting draagt bij aan minder obesitas, minder eenzaamheid, minder hart- en vaatziekten en minder bewoners met COPD.

  • Deel deze informatie:
  • Facebook Social Share
  • Twitter Social Share
  • Linkedin Social Share